VoorUit

Contact

0651055937
info@vooruitproject.nl

Nieuwsbrief

Van Osdorp naar het Amsterdam Museum

Een uitstapje met kinderen is leuk, maar kan vrij stressvol zijn: vooral in het openbaar vervoer. Een uitstapje met volwassenen is veel relaxter en minstens net zo leuk. Maar waar ga je heen met mannen die beperkt Nederlands spreken? Een museum natuurlijk!

Amsterdam stikt van musea waar de mannen zelden naartoe gaan. We besloten naar het ‘Amsterdam Museum’ te gaan, waar ik als geboren Amsterdammer zelf nooit was geweest. In het museum waren de mannen erg enthousiast en al snel kwamen de telefoons tevoorschijn. De heren konden het niet laten om overal foto’s van te maken. Vermoedelijk om naar familie te sturen.

Ik verwachtte dat veel in het museum voor mij wel bekend zou zijn en ik het aan de groep zou kunnen uitleggen. Dit viel tegen en het museum bleek voor mij ook erg leerzaam. Mijn taak werd beperkt tot het voorlezen van de uitleg bij de kunstwerken en stukjes Amsterdamse geschiedenis.

Een hoogtepunt was de kleine Amsterdamse kroeg die in het museum was nagebouwd. Iedereen ging meteen zitten en voor mij was alleen nog plek achter de bar. Nu is dat voor mij wel een bekende plek en dus begon ik maar bestellingen op te nemen. Thee, thee, koffie, en toen opeens: “whiskey-cola”. Ik vond het daar nog een beetje vroeg voor. Maar ik was nu barman en geen begeleider meer, dus ik deed niet moeilijk. Helaas waren we nog altijd in een museum en niet een echte kroeg, de theekannen en whiskey flessen waren leeg.

Ook bij de Schiphol tentoonstelling hadden we enorme lol. Hier was een deel van de paspoort controle nagebouwd. Hier ging ik in staan om de papieren van de mannen te controleren. Museumtickets, ov-chipkaartjes, alles kwam voorbij behalve paspoorten. Nou vooruit dan maar. Ik was al lang blij dat ik iets kon stempelen.

Tekst: Pablo Hoes Beeld: Pablo Hoes


Nieuwjaarsdiner in Osdorp

Wanneer je op 6 januari een feestelijk diner organiseert, kun je dit geen kerstdiner meer noemen. En omdat driekoningendiner niet zo lekker van de tong rolt kreeg het de naam nieuwjaarsdiner. Gezellig samen eten om het nieuwe jaar in te luiden.

Maar voordat iedereen kon eten, moest er gekookt worden. Gewapend met vier tassen boodschappen en een ambitieuze lijst recepten gingen Joshua, ik en ons legertje kinderen aan de slag in de keuken. We hadden twee uur voordat de andere gasten kwamen. Dus we moesten ons aan een strak tijdschema houden om alles op tijd af te krijgen.

Als echte chefs stuurden Joshua en ik de kinderen aan. “Zijn de courgette pizza’s al klaar? Ze moeten nog in de oven!” ”Niet met z’n drieën in de soep roeren, ga helpen met de zalmrolletjes!”. Maar ook de kinderen wilden graag een mooi en lekker buffet neerzetten. Ze waren zo gefocust dat ze helemaal vergaten te klieren. Ze hadden er gewoon geen tijd voor.

Natuurlijk wil ik alle eer opstrijken en zeggen dat door mij alles zo soepel verliep. Maar dan zou ik staan liegen, wij kregen namelijk hulp. Voor deze hulp wil ik graag de vrijwilligsters bedanken die zo vrolijk en onvermoeid meededen in de keuken. De twee vrouwen, moeder en dochter, hadden zelfs speciale kipkruiden uit Marokko meegenomen. Kip stond op het menu en de kruiden kwamen goed van pas. Om 5 uur was alles klaar behalve één gerecht. De appelflappen zaten nog in de oven. Maar er was geen paniek, het was immers toch het toetje.

Tekst: Pablo Hoes
Beeld: Ingeborg van der Stuijt


Flatpretters ontmoeten wijkagente

Vorige week nodigden de kinderen van flatpret de wijkagente van Osdorp de Punt uit: Andrea Prins. De flatpretters waren de weken ervoor al aan de slag gegaan in de wijk. Ze hadden veel goede en mooie dingen gezien zoals: mooie tuintjes, vriendelijke mensen, fietsers met beide lichten aan, nette straten en het buurthuis natuurlijk! Maar daarnaast zagen zo ook dingen die minder goed liepen zoals: slordige of overwoekerde tuintjes, vuilniszakken naast de containers, afval op straat, kapotte hekjes en fout geparkeerde auto’s.

Nu zaten de kinderen boordevol vragen over al deze zaken die in de wijk spelen. Vorige week konden ze dan eindelijk in gesprek met de wijkagente. Er zijn regelmatig nogal wat situaties met politie in Osdorp de Punt en de kinderen zaten dus vol vragen waarop ze eindelijk een antwoord kregen. Het was dan ook moeilijk om afscheid te nemen. Als bedankje maakte ze mooie tekeningen voor de wijkagente. Nu zijn de flatpretters helemaal op de hoogte van alle ontwikkelingen in de wijk en weten dat ze de wijkagente een strenge, maar hartstikke lieve vrouw is die dag en nacht voor iedereen bereikbaar is!


Team Osdorp de Punt bezoekt moskee

Ik werk al meer dan twee maanden bij VoorUit, en het is leuker dan ik me had kunnen voorstellen. Ik heb van alles gedaan waar ik anders nooit aan was begonnen. Praten met ouderen over de verschillen tussen Ciske de rat uit 1955 en de moderne versie uit 1984 is daar maar één voorbeeld van. Ik kan daar sinds kort een nieuwe, mooie gebeurtenis aan toevoegen: een rondleiding in de plaatselijke moskee!

Om tien uur ‘s ochtends stonden we met het team voor de deur van het moderne gebouw van de Arrabitha Al-Islamia Moskee. De deur zag er behoorlijk dicht uit, en eigenlijk ook helemaal niet echt als een hoofdingang. Na een moment van twijfel duwden we de deur maar open, en stapten naar binnen.

In de lichte gang met dakraam viel de grote houten schoenenkast op die nu grotendeels leeg was, maar op een drukke vrijdagmiddag vast helemaal vol zou staan. Na een eerste woord van welkom gingen we in een kring zitten met drie vriendelijk ogende mannen (waarvan er één een ontegenzeggelijk indrukwekkende baard had) en stelden ons aan elkaar voor.

Het geroezemoes van de Arabische lessen achter enkele deuren en het in en uitlopen van mensen deden me ergens wel aan de gemoedelijkheid van een basisschool denken. Onder deze geluiden was het eerste wat de mannen ons zeiden dat een moskee eigenlijk helemaal niet iets geks of bijzonders is. Ook drukten ze ons op het hart dat de Arrabitha Al-Islamia Moskee dan wel een gebedshuis van de Islam is, maar dat iedereen er van harte welkom is om binnen te stappen, met uitzondering van de gebedsruimte. Een vierde man ging rond met een dienblad met thee, en wij kregen de gelegenheid om te vragen wat we wilden weten.

Terwijl ik bezig was met me verbazen over hoe mierzoet de thee was, bespraken we talloze onderwerpen. Dat iedereen welkom is kwam vaak terug. Verder vertelden de mannen dat mensen bij de moskee komen vanwege allemaal verschillende redenen: vragen over hun leven, behoefte aan rust en natuurlijk om te bidden. De digiborden voor de lessen Arabisch kwamen aan bod, net als de aparte ruimte voor vrouwen in de moskee. De moskee neemt een centrale plek in de wijk in en verbindt mensen. Iemand die problemen heeft, proberen de mensen van de moskee zo veel mogelijk te ondersteunen. Cool vond ik om te horen dat de moskee vrijwel geheel op basis van vrijwilligers draait.

Maar toen iemand van ons vroeg of de mannen al eens naar Mekka waren geweest veranderde de toon van het gesprek. Hun ogen lichtten op en toen ze er enthousiast over vertelden leken ze nog steeds betoverd door een gevoel wat ik als atheïstisch opgevoede student misschien wel nooit zal ervaren.

Ondanks dat we dachten te hebben begrepen dat de gebedsruimte een plek voor alleen moslims was, mochten we er best een kijkje nemen. Hoge ramen verlichten er de tapijten die de hele vloer bedekken, met lijnpatronen erop waardoor je kan zien waar je kan staan als je gaat bidden. Langs de wand staan rijen en rijen van Korans, en in het midden van de zaal een klok met de vijf gebedstijden erop. Eén van onze rondleiders las ons een stukje uit de Koran voor in het Arabisch, en het klonk prachtig.

Ik denk nu terug aan wat de mannen aan het begin van ons bezoek aan de moskee zeiden: dat het echt niet zo’n uitzonderlijke plek is. Gek is het misschien niet. Maar bijzonder is het zonder twijfel.

Tekst: Kay Ihle


Conversatieles in Osdorp de Punt

Elke vrijdagochtend geven wij in het Huis van de Wijk de Aker een conversatieles aan een groepje vrouwen, en elke vrijdagochtend zie ik een paar bekende gezichten en een paar nieuwe. We beginnen elke conversatieles met een persoonlijk rondje om elkaar beter te leren kennen, en zo hoor ik elke conversatieles nieuwe, mooie en bijzondere verhalen.

Sommige vrouwen vertellen waarom ze naar Nederland zijn gekomen. Ze vertellen over hun familie die nog in Bosnië woont. Ze vertellen over het huis waar ze in opgegroeid zijn in Eritrea, of wat er gebeurd is met hun broers en zussen. Ze beschrijven hoe de zandheuvels in Marokko zich oneindig uitstrekten, of hoe de oorlog in Bosnië telkens weer aan de deur kwam kloppen. Sommige vrouwen vertellen over hun leven in Nederland. Hoelang ze er al zijn. Hoeveel kinderen ze hebben, en wat die allemaal aan het doen zijn. Sommige vrouwen hebben kinderen in Zweden en Duitsland, andere vrouwen moeten hun kinderen nog door de basisschool heen krijgen. Sommige vrouwen hebben geen kinderen en praten over hoe ze hun man ontmoet hebben, hoe hun huizen eruit zien en hoe ze hun toekomst voor zich zien.

Het is iets heel kleins om een conversatieles te geven aan een klein groepje onbekende vrouwen uit een of andere wijk in Amsterdam. En de verhalen die deze vrouwen te vertellen hebben zijn ook maar gewoon verhalen van mensen, net zoals ik er eentje heb, of jij. Maar het is juist iets heel moois om deze kleine groep vrouwen te leren kennen. Hun verhalen te horen, en ze misschien te kunnen helpen hun verhalen aan meer mensen te kunnen vertellen. Het is iets heel bijzonders om een groep vrouwen die elkaar nog nooit ontmoet hebben en slechts één keer per week een paar uurtjes samen een taalles volgen, zo te zien groeien. Zowel individueel als met elkaar.

We hopen deze groep vrouwen te helpen met de Nederlandse taal. Om te zien hoe dat lukt is een ontzettend voldoening gevende gebeurtenis. Maar behalve dat, is het een ontzettend privilege om deze vrouwen te leren kennen en te horen wat hun dromen zijn, hun ambities en wat ze hebben meegemaakt. Dat maakt deze conversatieles aan een klein groepje onbekende vrouwen in een of andere wijk in Amsterdam toch behoorlijk bijzonder.

Tekst: Mahaar Fattal