Dat was het alweer. Ruim twee jaar VoorUit achter de rug en een grote stapel ervaringen rijker. Maar dan is nu toch echt het einde in zicht. De eerste teamgenoten hebben het schip al verlaten, op weg naar een nieuw avontuur. En ook ik zal eind deze zomer mijn laatste activiteiten draaien. Tijd om terug te blikken dus!

Daar sta je dan, met je goeie gedrag. Groen als gras, maar wel ‘meester’ in het buurthuis. Dat was toch even slikken. Gelukkig heb ik sindsdien een hoop geleerd, maar dat ging niet zonder slag of stoot. Want die kinderen… ze vliegen elkaar in de haren, gooien hun lege zakjes chips op de grond, kledderen het hele buurthuis onder met verf, en oh: ‘Meester. Uw haar zit stom.’

Ja, het leven van een VoorUiter gaat niet altijd over rozen. Maar gelukkig staan daar een hoop onvergetelijke momenten (en onvergetelijke mensen) tegenover. Zoveel zelfs, dat ik niet weet waar ik moet beginnen.

Misschien die ene keer dat we naar Nemo gingen? Of die keer dat we voor één dag een restaurant runden met de Kookclub en er wel 20 (!) mensen kwamen eten. Of toen we met de mannen van de taalles naar Den Haag gingen. Of toen we onze eigen vogelhuisjes timmerden bij de Timmerclub. De lijst is eindeloos.

Maar misschien zijn het toch de kleine, dagelijkse dingen die het leven als VoorUiter zo leuk maken. Wanneer ik naar de Supercoop loop, een praatje maak met de mannen van de Volksbond en een high-five krijg van een van de kinderen. Wanneer ik in het Huis van de Wijk kom, waar Sonja, de gastvrouw, mij na twee jaar nog steeds bij de verkeerde naam noemt. Of gewoon wanneer ik thuis in de woonkamer zit en de kinderen de hele buurt bij elkaar schreeuwen.

Het maakt Osdorp de Punt mijn buurt. Ik voel me hier thuis. En eigenlijk wil ik helemaal niet weg. Toch sluit ik dit hoofdstuk af en ga ik, met een rugzak vol mooie ervaringen, het volgende avontuur tegemoet.

Zouden de kinderen, als ze ouder zijn, ooit nog eens terugdenken aan die lange, blonde meester met die bril? Misschien. Ik heb in ieder geval een hoop van ze geleerd. Hopelijk zij ook van mij.

Ik had het niet willen missen.

Punt uit.

Tekst: Joran de Haan