“Meester! Meester! Mogen we volgende week donuts maken?”
Sta je daar. Met je wekenlange inspiraties om de kinderen gezond te laten koken.

Pedagogisch verantwoord. Supernanny Jo Frost achtig. Groenteschotels, gevulde paprika’s. Die winnen het natuurlijk niet van donuts. Elke week sta ik, Harun, samen met Kees ongeveer 10 kinderen te begeleiden bij
de kookclub. Elke week proberen we een leuk en gezond recept te verzinnen om de kinderen en lekker bezig te houden, en ze wat gezonds mee te geven. “Yasmin.” –Ze kijkt me met van die puppy-oogjes aan, hoe alleen kinderen kunnen kijken als ze donuts willen maken- “donuts zijn niet gezond, kan je niet wat gezonder verzinnen voor volgende week?” Ze kijkt me eerst teleurgesteld aan. Bengü, haar beste vriendinnetje, komt er snel bij staan.

“Mééééster..”
Ze had dat woord zojuist langer gemaakt dan die krulletjes onder het Vooruit-logo.

“Ja, Bengü?”
“We kunnen toch ook gezonde donuts maken? Dan doen we er heel weinig suiker op en dan doen we er iets gezonds op. Zoals, ik weet niet hoor, aardbeien ofzo.”
Ze haalt even nonchalant haar schouders op.

Toen realiseerde ik mij, het gaat niet om die donuts. Ook niet om die gevulde paprika’s, noch om de groenteschotel en al helemaal niet om die stiekeme appelflappen die we hadden gemaakt met de kids, omdat de Spar blijkbaar geen bloem verkoopt. Het gaat om dingen leren áán kinderen, en dingen leren ván kinderen. Wij volwassenen voelen onszelf soms zo volwassen, dat we niet alleen vergeten hoe het is om onschuldige en ondeugende kinderen te zijn, maar ook dat we nog steeds kunnen leren van ze. Het gaat namelijk om hele kleine mensen, kinderen genaamd, met alledaagse sprookjes. Sprookjes waar wij volwassenen zelf ook nog eens in mogen geloven. Die sprookjes waar ze soms water bij de wijn voor moeten doen. Of in dit geval: aardbeien bij de donuts.