Louwesweg 6, Amsterdam
info@vooruitproject.nl

Interview Elizabeth Manders

Vragen

GET STARTED

Wie ben jij?

Floris: Zou je jezelf kunnen voorstellen?
Elizabeth: Hoi, ik ben Elizabeth Manders en ik woon in Nieuw-West. Al sinds mijn 19e. Ik ben nu de tuincoördinator van de Jan Voertuin.
Floris: Als ik het goed begrijp ben je een moestuincoach en je doet ook iets met neurodiversiteit?
Elizabeth: Ja, neurodivisiteitscoach ben ik ook en ik werk in de GGZ. Ik heb mijn eigen bedrijfje, groeien met Elizabeth. En daarnaast doe ik tuincoaching, moestuincoaching. Daar ben ik dus ook mee bezig via via de tuincoordinatie in de Jan Voertuin. Mijn bedrijf focust zich dus naast tuinieren ook op neurodivers groeien. Bij neurodiversiteit kun je denken aan dyslexie, discalculie, ADHD, en hoofdbegaafdheid

Hoe ben je begonnen met de moestuin?

Floris: Hoe ben je met dit begonnen?
Elizabeth: Nou, ik denk dat vooral de moestuin interessant is, neurodiversiteit is een heel ander verhaal. Maar als je daar interesse in hebt, wil ik er best wel wat over vertellen hoor. Moestuincoaching deed ik eigenlijk altijd al of misschien is het ook wel weer een combinatie met het neurodiverse gedeelte,ik ben zelf namelijk heel erg dyslectisch. Op school was ik niet zo goed, ik kreeg geen goede cijfers, behalve voor de moestuin. Toen wist ik al dat dat iets was, wat ik goed kon. Ik vond er ook rust, met mijn handen in de aarde. Als student ging ik in het weekend terug naar mijn ouders en dan ging ik vooral onkruid wieden bijvoorbeeld, als ik weer eens liefdesverdriet had. Of als ik er weer zo’n puinhoop van had gemaakt met mijn studie. Op een gegeven moment kreeg ik een huis, ook in Nieuw-West, met een groot balkon. Daar ben ik lekker gaan tuinieren in bakken. Daarna kwam ik hier de moestuin tegen. Toen mijn jongste kind drie was, ben ik er zelf gaan moestuinieren. Ik vond ik het zo leuk dat ik ook wat cursussen ben gaan volgen. Het coördineren is iets dat van nature in mij zit. Ik ben hulpverlener en doe welzijnswerk. Vanuit daar ben ik het coördineren in de moestuin gaan doen. Met de tijd kwamen er wat mensen van VoorUit. Die woonden hier voor jouw team en waren met het vorige bestuur een beetje in de knel komen te zitten. Ik heb ze een beetje geholpen Zo is het balletje een beetje gaan rollen en ben ik het helemaal gaan doen.
Floris: Dus het is echt een samenwerking met VoorUit?
Elizabeth: Ja, dus VoorUit kwam om hulp te vragen over de omgang met het bestuur van de moestuin. Daar heb ik bij geholpen en toen bleek dat ze iemand zochten om te coördineren.

Werk in neurodiversiteit

Floris: En het werk dat je met neurodiversiteit doet?
Elizabeth: Wat maakt het dat je dat interessant vindt?
Floris: Ik vind het interessant omdat je mensen met special needs helpt. Ik ben benieuwd waarom iemand dat doet. Wat motiveert je daarin?
Elizabeth: Nou, dat komt omdat ik zelf hartstikke dyslexisch ben dus. Ik kwam erachter dat het niet alleen een leerprobleem is, dyslexie, maar dat er een heleboel andere kanten zijn. Het gaat echt over het anders zijn. Het is veel meer dan alleen taal, het is gewoon dat je anders bent in een heleboel dingen. Je kunt bijvoorbeeld goed conceptueel denken, of goed tijdloos zijn. Als je neurodivers bent, ben je goed in ruimtelijk inzicht. Je hebt andere kwaliteiten en ik vind dat die onderbelicht zijn. Ik kwam daar bij mezelf achter. Mensen krijgen geen scholing in hoe ze die kwaliteiten nu beter tot zijn recht kunnen laten komen. En hoe je dus af komt van ‘ik kan niks, want ik kan niet lezen of schrijven, of ik kan niet plannen of ik kan menselijke codes niet goed ontcijferen’. Dertien jaar geleden ben ik zelf een onderzoek gestart om daar verder mee te gaan. Na al dat kletsen erover ben ik op een gegeven moment zelf gaan coachen. Ik kon gewoon niet stoppen met erover praten.
Floris Werk je dan meer met kinderen of ook met volwassenen?
Elizabeth: Ik doe het vooral met volwassenen, voor mensen die de gevolgen ervaren van niet gezien worden, of waar die kwaliteiten van de neurodiversiteit niet gezien worden. Bijvoorbeeld mensen die faalangst hebben en in het drugsgebruik zijn beland. Dat soort dingetjes.
Floris: Heel belangrijk!
Elizabeth: Ja! Dat doe ik, dat doe ik met mijn eigen bedrijfje en binnen mijn werk als hulpverlener.

De moestuin

Elizabeth: Zal ik iets vertellen over de tuin?
Floris: Ja ga je gang!
Elizabeth: Wat ik zo leuk vind aan de tuin, is dat ik nu veel meer mensen in de buurt ken. n Naar iedereen die langsloopt, kan ik een beetje zwaaien, ‘hoi!’. Dat heeft me heel erg veel gebracht. Het is een soort avontuur in de buurt, want niet iedereen spreekt goed Nederlands in de tuin, maar nu kennen we elkaar wel doordat je samen tuiniert. Het is heel erg leuk om dat te doen. Er zijn ongeveer veertig bakken. We hebben twaalf bakken voor kinderen en ouders. We hebben zorginstantie Cordaan, zij zitten in de tuin met vier bakken. En we hebben ook een soort gezamenlijke kruidentuin, waar iedereen kan komen om ruiden te plukke. Ik zou het leuk vinden als daar meer bekendheid voor komt en dat mensen gewoon komen plukken.
Floris: Dat is gewoon voor iedereen?
Elizabeth: Iedereen, ja. Er zijn veertigmensen op de wachtlijst van de moestuin. Die wil ik ook vast gelegenheid geven om in de tuin te komen. Op dit moment zijn er ongeveer 120 mensen actief in de tuin.
Elizabeth: Vooruit heeft ook drie kinderbakken.
Floris: Ja, een onze Vooruiter Juul helpt daarmee!
Elizabeth: Ja, we hadden eerst tien bakken maar dat was teveel. We zijn toen naar drie bakken gegaan en hebben die dichtbij het buurthuis neergezet. Het is heel leuk om de studenten allemaal samen te zien werken. Het is een hele leuke samenwerking. Iedere keer nieuwe mensen, dus iedere keer kijken we weer naar nieuwe ideeën. Zo is er telkens een andere vorm.
Floris: Want hoe lang staat die moestuin er nu?
Elizabeth: Hij bestaat op deze plek ongeveer tien jaar, maar daarvoor stond hij op een andere plek.
Floris: Oh, dus je doet dit ook al heel lang?
Elizabeth: Nee, ik zelf doe het nu vijf jaar en coördineer twee jaar.

Wat wil je zien gebeuren in Slotervaart?

Floris: Is er iets dat je in de buurt meer zou willen zien? Hoe de moestuin eruit gaat zien bijvoorbeeld?
Elizabeth: Ik zou wel een bijenlint in de buurt willen hebben. Dat je op wat brakliggende stukjes een soort bijen bloementuin hebt en dat die tuintjes met elkaar verbonden zijn. Achter de PABO is een stukje groen niemandsland. Daar zou ik eigenlijk wel een bijentuin willen. Door geveltuintjes zou dat dan eigenlijk moeten worden doorgetrokken naar dit plantsoen en dan weer naar de tuin, een soort van linkjes. Alles met elkaar verbonden. En dan naar het park toe ofzo. Of een wadi, een klimaattuin. Van die wadi tuinen die ze in verder in Slotenvaart hebben die vind ik ook echt super mooi. Dat is wilde bloementuin waar de wilde bijtjes rondvliegen.